Je maakt content met AI omdat het snel gaat. Maar levert het ook wat op?

Let’s be honest: AI-tools zijn ontzettend handig en we gebruiken ze allemaal. Ze helpen bij analyses, bij brainstormen en bij werk dat anders zo een halve dag kost. Maar wat als de keerzijde van dat efficiënter werken is dat je authenticiteit inlevert?

In SEO voel je die spanning extra goed. Wij willen content die technisch klopt én inhoudelijk sterk genoeg is om te ranken. En laten we eerlijk zijn: met AI heb je zo’n stuk staan, waar je er zelf een dag over doet. Verleidelijk, zeker als er elke maand nieuwe pagina’s bij moeten.

Maar waar ligt de grens tussen AI inzetten en zelf iets te zeggen hebben? En minstens zo belangrijk: hoe kijkt Google daar eigenlijk naar?

Straft Google AI-content af?

Eerst duidelijkheid over het volgende: Google kijkt niet of een mens of een computer je tekst schreef. Dat kunnen ze niet eens goed zien en maakt in principe ook niks uit.

Waar Google wél op let, is of je pagina waarde toevoegt. In 2024 veranderden ze hun regels van “geen automatisch gegenereerde content” naar scaled content abuse. In gewone taal: veel pagina’s tegelijk publiceren die niks nieuws brengen. Of een mens of een AI dat deed, maakt niet uit. Slechte handgeschreven teksten zonder waarde vallen onder precies dezelfde regel.

In maart 2026 zijn ze daar streng op gaan handhaven. Hun advies bestond uit één zin: maak content die niet overal al staat!

Google noemt dat non-commodity content. Een commodity is een product dat overal hetzelfde is, zoals suiker of benzine. Commodity content is dus een tekst die je bij tien anderen ook vindt. Non-commodity content voldoet aan drie dingen:

  • Uniek: er staat iets in dat een ander niet zomaar kan overtypen
  • Specifiek: het gaat over een concrete situatie, niet over algemene regels
  • Authentiek: je ziet dat de schrijver het zelf heeft meegemaakt

Google illustreerde dat zelf met een voorbeeld van een hardloopwinkel. Die winkel kan een artikel publiceren met  ‘tien tips voor het kopen van hardloopschoenen’. Dat is commodity: elke hardloopblog zet hetzelfde online. Diezelfde winkel kan ook opschrijven waarom de schoenen van één klant na vierhonderd kilometer stuk gingen, wat ze eraan zagen en wat dat zegt over dat model. En dit kan alleen de winkel die die schoenen in handen heeft gehad, kennis heeft over het product en een specifieke situatie omschrijft. Zelfde winkel, zelfde onderwerp maar een totaal ander verhaal.

Zo ziet de Nederlandse top 3 er echt uit

Mooie theorie. Maar geldt dat ook voor de zoekresultaten waar wij dagelijks in werken?

Ik nam acht zoekopdrachten: een paar over SEO, een paar over marketing en een paar over zonnepanelen. Van elke zoekopdracht beoordeelde ik de drie hoogste resultaten op die drie punten. Eén punt voor uniek, één voor specifiek, één voor authentiek. Maximaal drie dus.

Van de 23 pagina’s scoorden er veertien een nul of een één.

Scherm afbeelding 2026 08 10 om 13.42.13

Dat is het eerste wat me opviel, maar niet het interessantste. Het verschil zat namelijk niet tussen goede en slechte pagina’s, maar tussen bedrijven en mensen. Van de zeventien pagina’s van bureaus, tools en dienstverleners haalden er vier meer dan één punt. Van de zes pagina’s waar iemand zijn eigen ervaring deelde, forums en zelfs een Facebookgroep, haalden er vijf de volle drie.

Wat ik daaruit haal en wat het betekent voor hoe wij ons werk inrichten:

Unieke content gaat over inhoud, niet over vorm

Als een bedrijfspagina bij mij “uniek” scoorde, ging dat vrijwel altijd over de vorm waarin ze hun tekst en informatie presteerde. Overzichtelijke tabellen, prettige opbouw, lekker uitgebreid. De informatie zelf was vaak hetzelfde als bij de buren. Dat is jarenlang genoeg geweest, want een betere pagina bouwen kostte moeite. Nu niet meer. Voor SEO betekent dat: een contentbriefing die alleen voorschrijft welke koppen erin moeten en hoe lang het stuk wordt, levert per definitie commodity op. De briefing moet gaan over wat er in staat dat nergens anders staat.

E-E-A-T: bijna niemand laat zijn ervaring zien

In de commerciële zoekresultaten stond meestal alleen een naam van de auteur onder het artikel. Zelfs bureaus die vijftien jaar ervaring claimen, lieten in de tekst nergens zien dat ze deze expertise hadden met concrete voorbeelden uit het werkveld. Geen klant, geen cijfer, geen situatie. 

Dat is opvallend, want E-E-A-T draait daar precies om, en het is ook het makkelijkst op te lossen. Een auteur met een profiel, een voorbeeld uit eigen werk, een getal dat je zelf gemeten hebt. Zorg dat dit echt jouw tekst is en niet dat deze ook van een ieder kan zijn.

Informatieve zoekintentie verandert: ervaring verslaat uitleg

Bij de zonnepanelen-zoekopdrachten stond geen enkel bedrijf in de top drie. Alleen mensen met panelen op hun dak, inclusief grafiekjes van hun eigen opbrengst. Google trekt forums niet voor. Die pagina’s waren simpelweg de enige die de vraag beantwoordden vanuit ervaring in plaats van vanuit theorie. Zodra een zoekopdracht om ervaring vraagt en dat gebeurt steeds vaker, verlies je met een dienstenpagina die alleen uitlegt hoe iets werkt of wat de betekenis is van een begrip.

Mensen zoeken juist nu naar echte verhaal van mensen

“ Bij elke ontwikkeling die groot wordt, ontstaat er altijd een tegenbeweging. Bij AI is dat de zoektocht naar het echte, het authentieke en het persoonlijke. Mensen willen anderen horen die het zelf hebben meegemaakt, meningen en discussies. Uiteindelijk schrijf je een blog voor mensen, niet voor Google. Juist tussen al die AI-teksten is dat persoonlijke wat je onderscheidt.”

Dit is niet alleen mijn kritische hypothese, ik zag het terug in de cijfers. De zes pagina’s die in mijn test het hoogst scoorden waren allemaal pagina’s waar mensen hun eigen ervaring en mening deelde en niet van merken. Zo zien we dat de richting waarin Google beweegt en de richting waarin zoekers bewegen steeds meer dezelfde kant op wijzen.

Wat betekent dit voor jouw team?

Niet dat je moet stoppen met AI. AI is prima om sneller te werken en hoe je dat doet verschilt per klus en per persoon.

Waar het om gaat: iemand moet de vraag van de klant horen, zien wat er in de zoekresultaten verandert en bedenken waarom een stuk moet bestaan. Zodra je dat perspectief uit handen geeft, houd je een tekst over die overal al staat.

Dat vraagt een andere discussie dan “halen we onze contentkalender”. De vraag wordt: welke pagina’s verdienen onze schaarse tijd en welke mogen bewust generiek zijn? Precies daar haken wij meestal aan bij marketingteams, want die keuze maak je niet in je eentje.

Stel jezelf voor elke pagina drie vragen:

  • Wat staat hier dat niet al bij de top drie staat?
  • Over welke concrete situatie gaat dit?
  • Waaruit blijkt dat wij dit zelf hebben meegemaakt?

Drie keer nee? Dan hoef je die pagina niet te schrijven. Of je maakt hem bewust generiek omdat hij nou eenmaal moet bestaan. Ook prima, zolang je die keuze bewust maakt.